Mountain climbers
Zo doe je hem
-
STAP 1Hoge plank, handen onder je schouders, buik en billen aangespannen, lichaam één lijn.
-
STAP 2Rechterknie recht naar je borst, heupen blijven op dezelfde hoogte.
-
STAP 3Voet terug en meteen de linkerknie naar je borst; schouders boven je polsen.
-
STAP 4Doorgaan in ritme tot je heupen omhoog willen komen, dan stoppen.
Mountain climbers zijn een plank op je handen waarbij je afwisselend je knieën naar je borst trekt, in een loop- of klimbeweging. Je buikspieren en heupbuigers doen het werk, je schouders en armen houden je omhoog, en bij tempo gaat je hartslag hard omhoog.
Let op
- Doe: Heupen laag, lichaam één lijn
- Doe: Schouders recht boven je polsen
- Doe: Knie recht naar je borst
- Laat: Billen omhoog om sneller te gaan
- Laat: Naar achteren schuiven met je heupen
- Laat: Elke set anders tellen
Welke spieren train je?
- Buikspieren
- Heupbuigers
- Voorkant schouder
- Quadriceps
- Borst
Tik op een spier voor de naam
Varianten en alternatieven
-
Plank
stilstaand
-
Burpee
hele lichaam
-
Dead bug
rustiger, liggend
-
Hanging leg raise
buik aan de stang
Vragen
Welke spieren train je met mountain climbers?
Vooral je buikspieren en heupbuigers, plus je schouders, borst en armen die je in de plank houden. Je benen doen mee bij het terugstappen. Op tempo train je daarnaast je conditie.
Hoeveel mountain climbers moet je doen?
Als buikoefening: drie sets van 10 tot 20 per been, langzaam. Als conditie: 20 tot 40 seconden per ronde, drie tot vijf rondes. Stop een set zodra je heupen omhoog komen.
Zijn mountain climbers goed om buikvet te verbranden?
Ze verbranden calorieën, maar niet meer dan een andere oefening die je hartslag even hoog krijgt, en ze halen geen vet specifiek van je buik. Voor een zichtbare buik gaat het om je voeding; mountain climbers maken je buikspieren sterker en je conditie beter.
Hoe tel je mountain climbers?
Kies één manier en houd die aan. Wij tellen elke knie als één herhaling: 20 herhalingen is dus tien per been. In een circuit tel je meestal seconden. Log het in Kroton steeds op dezelfde manier, anders kun je je sets niet vergelijken.
Volledige uitleg lezen (5 min)
Het is een oefening voor conditie en romp tegelijk, zonder materiaal, en daarom vast onderdeel van circuits, bootcamps en warming-ups.
Snel is niet hetzelfde als goed: hoe sneller de meeste mensen gaan, hoe hoger hun billen komen en hoe minder hun buik doet. Hieronder de uitvoering, de spieren, de fouten die we het vaakst zien, en hoe je ze telt en logt.
Uitvoering van de mountain climbers
- Begin in een hoge plank: handen recht onder je schouders, vingers gespreid, armen gestrekt. Voeten op heupbreedte, benen gestrekt.
- Duw de vloer weg zodat je bovenrug licht bol is, en span je buik en billen aan. Je lichaam is één lijn van hoofd tot hielen; je heupen komen niet hoger dan je schouders.
- Trek je rechterknie naar je borst, recht onder je lichaam, zonder dat je heupen omhoog komen. Je linkervoet blijft staan.
- Zet je rechtervoet terug en trek tegelijk je linkerknie naar je borst. Bij tempo wisselen beide voeten tegelijk in de lucht; bij de rustige versie zet je eerst terug en trek je dan pas de andere knie in.
- Houd je schouders boven je polsen. Schuif je niet naar achteren, want dan wordt het lichter en verliest je buik het werk.
- Adem door, kort en ritmisch. Ga door tot je heupen omhoog willen komen; dat is het einde van je set, niet de klok.
Hoe je merkt dat het klopt: je heupen blijven de hele set op dezelfde hoogte en je bovenlichaam beweegt nauwelijks; alleen je benen bewegen. Ziet iemand van opzij je billen op en neer gaan, dan is het een springoefening geworden en kun je beter langzamer.
Welke spieren train je met de mountain climbers?
De rechte buikspier (rectus abdominis) en de dwarse buikspier (transversus abdominis) houden je romp recht en je bekken stil terwijl je benen bewegen. De schuine buikspieren (obliquus externus en internus) zorgen dat je romp niet draait als er maar één been beweegt. Je heupbuigers (iliopsoas en rectus femoris) trekken de knie naar je borst en zijn de spieren die je het eerst voelt branden.
In de plank werken de voorkant van je schouders (deltoideus anterior), je borst en de zaagspier (serratus anterior) om je bovenlichaam omhoog te houden. Je quadriceps strekken het been dat terugstapt, en je hamstrings en billen helpen daarbij. Bij tempo is het vooral je hart en je longen die het werk voelen.
Dat maakt mountain climbers een oefening op de grens van kracht en conditie; hoe je die twee zonder gedoe naast elkaar traint, lees je bij cardio en spiergroei combineren.
Veelgemaakte fouten
Billen omhoog bij tempo
De fout die je bij bijna iedereen ziet die snel gaat: de heupen komen omhoog, het lichaam wordt een omgekeerde V en de knie hoeft nog maar een klein stukje. Zo wordt het een springoefening voor je benen. Heupen op schouderhoogte, ook als je daardoor langzamer moet.
Schouders achter je polsen
Wie zijn heupen naar achteren schuift, zodat de schouders achter de handen komen, maakt de plank lichter en de buik lui. Schouders recht boven je polsen, de hele set.
Knie naar buiten
De knie hoort recht naar je borst te komen, onder je lichaam door. Zwaait hij naar buiten, langs je elleboog, dan doen je heupbuigers minder en wordt het een wiebelbeweging. Kies bewust voor de cross-body versie als je de schuine buikspieren wilt, maar wissel niet per ongeluk.
Alleen op tempo
Sommige mensen doen mountain climbers alleen zo snel mogelijk en nooit langzaam. Doe ook de rustige versie, met een tel vasthouden per knie: die traint je buik veel harder dan de snelle.
Elke set anders tellen
De ene keer telt iemand elke knie, de andere keer alleen links en rechts samen. Dan zegt je log niets. Kies één manier (wij tellen elke knie als één) en houd die aan.
Varianten en alternatieven
- Mountain climbers op tempo. De klassieke versie, zo snel als je heupen laag blijven. In Kroton de enige gelogde vorm, meestal in seconden.
- Slow mountain climbers. Eén tot twee tellen per knie, knie zo dicht mogelijk bij je borst. Meer buik, minder hartslag.
- Cross-body mountain climbers. Knie naar de tegenoverliggende elleboog. Meer schuine buikspieren.
- Plank (stilstaand). Dezelfde houding zonder de benen. Leer die eerst schoon. Zie de plank.
- Burpee (hele lichaam). Springen, plank, opdrukken en weer omhoog. Zwaarder voor je conditie, minder voor je buik.
- Dead bug (rustiger, liggend). Dezelfde stabiliteit op je rug, zonder druk op je polsen. Zie de dead bug. Wil je juist zwaarder buikwerk, dan is de hanging leg raise de volgende stap.
Sets, herhalingen en gewicht
Als buikwerk: drie sets van 10 tot 20 herhalingen per been, langzaam. Als conditie: drie tot vijf rondes van 20 tot 40 seconden op tempo, met evenveel rust ertussen. Kroton-gebruikers loggen er herhalingen of seconden bij; het gewicht blijft leeg.
Zwaarder maken doe je niet met sneller, maar met langzamer, met je handen op een lager oppervlak (een step of de vloer in plaats van een bank), met sliders onder je voeten of met een gewichtsvest. In een circuit of een Hyrox-achtige training zet je ze tussen twee zware oefeningen, niet ervoor: vermoeide schouders maken de plank onveilig. Meer daarover bij Hyrox-oefeningen.
Verder lezen
Meer oefeningen
Alle oefeningen →-
Plank
Buikspieren
-
Dead bug
Diepe buikspieren en rechte buikspier
-
Hanging leg raise
Buikspieren
-
Ab wheel rollout
Buikspieren
-
Cable woodchop
Schuine buikspieren
-
Hanging knee raise
Buikspieren
-
Leg raise
Buikspieren
-
Pallof press
Schuine buikspieren
-
Russian twist
Schuine buikspieren
-
Side plank
Schuine buikspieren